Advocatenkantoor Dirk De Keuster

Actualiteit

Regels voor vergelijkende reclame levensmiddelen verduidelijkt door het Hof van Justitie

In het arrest C/159/09 inzake Lidl SNC / Vierzon Distributions SA 18 november 2010 oordeelde het Hof van Justitie dat bij vergelijkende reclame van levensmiddelen het niet vermelden van het merk of andere kenmerken van de vergeleken producten als misleidende reclame moeten worden beschouwd. De aanleiding van dit arrest was een reclame waarbij CocaCola bij Lidl werd vergeleken met Ecoplus-cola (het huismerk van E. Leclerc). In de reclame werd echter niet vermeld dat het om twee verscheidene producten ging en werd enkel melding gemaakt van "cola 1 liter". Dit werd door het Hof als onvoldoende beschouwd. Aan de consument moet wel degelijk informatie met betrekking tot het merk en eventuele kwantiteits- en kwaliteitsverschillen tussen de producten worden meegedeeld. Lees verder

Het beloningsbeleid van financiële instellingen

In het Staatsblad van 2 maart 2011 is het Koninklijk Besluit van 22 februari 2011 verschenen tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 8 februari 2011 aangaande het beloningsbeleid van financiële instellingen. In dit Koninklijk Besluit keurt de Koning het reglement van het CBFA van 8 februari 2011 aangaande het beloningsbeleid van financiële instellingen, goed. Dit reglement heeft betrekking op het beloningsbeleid van een instelling voor medewerkers met inbegrip van variabele beloningen, salarissen en uitkeringen uit hoofde van discretionaire pensioenen. Het beloningsbeleid heeft betrekking op alle categorieën van medewerkers wier beroepsactiviteiten het risicoprofiel van de instelling betekenisvol beïnvloeden. Bij de vaststelling en de toepassing van hun beloningsbeleid nemen de instellingen de beginselen in acht die opgesomd staan in artikel 7 van het reglement. Deze beginselen houden onder meer in dat het beloningsbeleid in overeenstemming moet zijn en moet bijdragen aan een degelijk en doeltreffend risicobeheer en niet mag aanmoedigen tot het nemen van meer risico's dan voor de instelling aanvaarbaar is. Dit reglement voert tevens de verplichting in om een aanzienlijk deel en in ieder geval tenminste 40% van de variabele beloningscomponent uit te stellen over een periode van tenminste drie tot vijf jaar die aansluit bij de aard van de onderneming, haar risico's en de activiteiten van de medewerker in kwestie. Indien een variabele beloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt daarvan minstens 60% uitgesteld. De duur van de uitstelperiode wordt vastgesteld in overeenstemming met de bedrijfscyclus, de aard van de activiteiten, de risico's daarvan en de activiteiten van de medewerker in kwestie. Lees verder

"Twin Peaks"-KB in BS dd. 9 maart 2011

In het Belgisch Staatsblad van 9 maart 2011 is het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, verschenen. Dit koninklijk besluit geeft uitvoering aan artikel 26 van de wet van 2 juli 2010 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank ven Berlgië, en houdende diverse bepalingen. De wetgever geeft tot doel de toezichtsarchitectuur van de Belgische financiële sector te laten evolueren van een geïntegreerd toezichtsmodel naar een bipolair model, het « Twin Peaks »-model genoemd. Dit bipolaire model moet, op structureel gebied, gestalte geven aan de twee hoofddoelen van het financiële toezicht : enerzijds, de macro- en micro-economische stabiliteit van het financiële stelsel handhaven, wat zal behoren tot de verantwoordelijkheden van de Nationale Bank van België en, anderzijds, naast onder meer rechtvaardige en transparante marktprocessen alsook correcte relaties tussen de marktspelers, een loyale, billijke en professionele behandeling van de cliënten (gedragsregels) waarborgen, waarvoor de bevoegdheid bij de CBFA blijft berusten. Lees verder

Rechstreekse vordering onderaannemer

In het Rechtskundig Weekblad nr. 24 van 12 februari 2011 is het arrest van het Hof van Cassatie van 18 maart 2010 afgedrukt. In dit arrest stelt het Hof dat de rechtstreekse vordering van de onderaannemer, zoals bepaald in artikel 1798 B.W., tot gevolg heeft dat de vordering van de aannemer onbeschikbaar wordt. De onbeschikbaarheid ontstaat echter pas op het ogenblik dat de bouwheer kennis krijgt van de uitoefening van de rechtstreekse vordering of er redelijkerwijze kennis heeft kunnen van nemen. Lees verder

Jaarlijkse vennootschapsbijdrage is een belasting

Het Grondwettelijk Hof oordeelde in het arrest nr. 142/10 van 16 december 2010 dat de jaarlijkse vennootschapsbijdrage voor het sociaal statuut van de zelfstandige niet kan worden beschouwd als een sociale zekerheidsbijdrage maar moet worden beschouwd als een belasting in de zin van artikel 170 van de Grondwet. Het feit dat de opbrengst wordt toegewezen aan de sociale zekerheid volstaat niet om van de belasting een sociale zekerheidsbijdrage te maken. Volgens het Hof ontbreekt de rechtstreekse band met de sociale zekerheid van de bijdrageplichtige persoon. Het forfaitair karakter van de bijdrage werd echter niet strijdig bevonden met het gelijkheidsbeginsel. Lees verder
RSS
First2223242526272830

Oplossingsgericht in:

  • Overheidsopdrachten en PPS
  • Bouw (ruimtelijke ordening, onteigening, aanneming)
  • Voedselveiligheid en medisch recht
  • Strafrecht

Duidelijke en doelgerichte aanpak in een heldere taal.

Advies, onderhandeling, bemiddeling en - indien nodig - procedure.