Advocatenkantoor Dirk De Keuster

Actualiteit

ARCHITECTEN ONDERWORPEN AAN DE MEDEDINGINGSWET

In het Rechtskundig Weekblad van 15 januari 2011 (nr. 20) wordt een samenvatting van het arrest gepubliceerd van het Hof van Cassatie van 27 april 2007, waarin het Hof stelt dat architecten, hoewel zij geen handelaars zijn in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel, toch op een duurzame wijze een economisch doel nastreven en derhalve een onderneming betreffen in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet. De Orde van Architecten betreft niet alleen een beroepsvereniging, maar moet ook worden beschouwd als een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 2 §1 van de Mededingingswet. Een besluit van een orgaan van de Orde van Architecten, die aan één of meer van zijn leden verplichtingen oplegt met betrekking tot de mededinging, die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en in werkelijkheid ertoe strekken bepaalde materiële belangen van de architect te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand houden, moet worden beschouwd als een besluit van een ondernemingsvereniging waarvan de nietigheid door de raad van beroep van de Orde van Architecten ambtshalve moet worden vastgesteld. Lees verder

ARCHITECTEN ONDERWORPEN AAN DE MEDEDINGINGSWET

In het Rechtskundig Weekblad van 15 januari 2011 (nr. 20) wordt een samenvatting van het arrest gepubliceerd van het Hof van Cassatie van 27 april 2007, waarin het Hof stelt dat architecten, hoewel zij geen handelaars zijn in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel, toch op een duurzame wijze een economisch doel nastreven en derhalve een onderneming betreffen in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet. De Orde van Architecten betreft niet alleen een beroepsvereniging, maar moet ook worden beschouwd als een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 2 §1 van de Mededingingswet. Een besluit van een orgaan van de Orde van Architecten, die aan één of meer van zijn leden verplichtingen oplegt met betrekking tot de mededinging, die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en in werkelijkheid ertoe strekken bepaalde materiële belangen van de architect te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand houden, moet worden beschouwd als een besluit van een ondernemingsvereniging waarvan de nietigheid door de raad van beroep van de Orde van Architecten ambtshalve moet worden vastgesteld. Lees verder

BOTSING TUSSEN HET RECHTSZEKERHEIDSBEGINSEL EN HET LEGALITEITSBEGINSEL

Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 1 maart 2010, 3de kamer, een arrest geveld waarin het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel met mekaar in botsing kwamen. Het Hof oordeelde dat het recht op rechtszekerheid in beginsel niet kan worden ingeroepen contra legem. Het legaliteitsbeginsel, zoals bepaald in artikel 159 van de Grondwet, heeft echter een relatieve waarde en impliceert dat een afweging moet worden gemaakt ten aanzien van de andere beginselen, waaronder het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Het Hof oordeelde echter dat het rechtszekerheids- of het vertrouwensbeginsel niet zomaar het legaliteitsbeginsel aan de kant mag schuiven. Het recht op rechtszekerheid kan immers door de burger niet worden ingeroepen indien dat beginsel leidt tot een beleid dat tegen de wettelijke bepalingen ingaat. Wanneer het bestuur zelf de onwettigheid van een besluit inroept waarop de rechtszoekende zich baseert tot staving van de door hem ingeroepen rechtszekerheid, moet de rechter nagaan in welke mate dit besluit redelijke verwachtingen heeft gecreëerd. Het Hof van Beroep had in casu nagelaten dit onderzoek door te voeren. Op grond hiervan besliste het Hof dan ook dat het onderdeel gegrond was en werd het arrest vernietigd. (zie : R.W. 26 februari 2011 met noot Werner Vandenbruaene, "Beginselen van behoorlijk bestuur : eindelijk grondwettelijke waarde?"). Lees verder

Regels voor vergelijkende reclame levensmiddelen verduidelijkt door het Hof van Justitie

In het arrest C/159/09 inzake Lidl SNC / Vierzon Distributions SA 18 november 2010 oordeelde het Hof van Justitie dat bij vergelijkende reclame van levensmiddelen het niet vermelden van het merk of andere kenmerken van de vergeleken producten als misleidende reclame moeten worden beschouwd. De aanleiding van dit arrest was een reclame waarbij CocaCola bij Lidl werd vergeleken met Ecoplus-cola (het huismerk van E. Leclerc). In de reclame werd echter niet vermeld dat het om twee verscheidene producten ging en werd enkel melding gemaakt van "cola 1 liter". Dit werd door het Hof als onvoldoende beschouwd. Aan de consument moet wel degelijk informatie met betrekking tot het merk en eventuele kwantiteits- en kwaliteitsverschillen tussen de producten worden meegedeeld. Lees verder

Het beloningsbeleid van financiële instellingen

In het Staatsblad van 2 maart 2011 is het Koninklijk Besluit van 22 februari 2011 verschenen tot goedkeuring van het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 8 februari 2011 aangaande het beloningsbeleid van financiële instellingen. In dit Koninklijk Besluit keurt de Koning het reglement van het CBFA van 8 februari 2011 aangaande het beloningsbeleid van financiële instellingen, goed. Dit reglement heeft betrekking op het beloningsbeleid van een instelling voor medewerkers met inbegrip van variabele beloningen, salarissen en uitkeringen uit hoofde van discretionaire pensioenen. Het beloningsbeleid heeft betrekking op alle categorieën van medewerkers wier beroepsactiviteiten het risicoprofiel van de instelling betekenisvol beïnvloeden. Bij de vaststelling en de toepassing van hun beloningsbeleid nemen de instellingen de beginselen in acht die opgesomd staan in artikel 7 van het reglement. Deze beginselen houden onder meer in dat het beloningsbeleid in overeenstemming moet zijn en moet bijdragen aan een degelijk en doeltreffend risicobeheer en niet mag aanmoedigen tot het nemen van meer risico's dan voor de instelling aanvaarbaar is. Dit reglement voert tevens de verplichting in om een aanzienlijk deel en in ieder geval tenminste 40% van de variabele beloningscomponent uit te stellen over een periode van tenminste drie tot vijf jaar die aansluit bij de aard van de onderneming, haar risico's en de activiteiten van de medewerker in kwestie. Indien een variabele beloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt daarvan minstens 60% uitgesteld. De duur van de uitstelperiode wordt vastgesteld in overeenstemming met de bedrijfscyclus, de aard van de activiteiten, de risico's daarvan en de activiteiten van de medewerker in kwestie. Lees verder
RSS
First2425262728293133

Oplossingsgericht in:

  • Overheidsopdrachten en PPS
  • Bouw (ruimtelijke ordening, onteigening, aanneming)
  • Voedselveiligheid en medisch recht
  • Strafrecht

Duidelijke en doelgerichte aanpak in een heldere taal.

Advies, onderhandeling, bemiddeling en - indien nodig - procedure.